KlaasjeKlungel.nl
       
Klik terug naar begin!



Klik!
Klik!

Klik!
Klik!

Klik!
Klik!
  
Klik! Klik! Klik!
 

Koud                                       

Op een dag wordt Klaasje Klungel wakker. Zoals elke dag kijkt hij eerst …wat is dat nu? Klaasje kan niet naar buiten kijken. Er zit iets aan de buitenkant voor het raam. Het is wit. Klaasje vliegt de trap af naar de slaapkamer van zijn ouders. Zonder iets te zeggen gooit hij de gordijnen open. Buiten is het helemaal wit. Wit van de verse sneeuw, die ’s nachts is gevallen. Overal ligt een heel dik pak. ‘Doe onmiddellijk het licht uit, het is nog veel te vroeg’, moppert zijn vader slaperig. ‘Het licht is niet aan hoor’, zegt Klaasje. De witte wereld van buiten geeft zoveel licht in de slaapkamer dat het net lijkt alsof het licht aan is. Het raam bij zijn ouders staat open. Klaasje steekt zijn hand naar buiten en kan zo twee handen vol met sneeuw van het kozijn pakken. Hij gniffelt en loopt met de sneeuw naar het bed. Dan gebeurt het. Hij laat de sneeuw boven op het gezicht van zijn vader vallen. ‘Mwaaaahhhhh, wat is dat koud!’, schreeuwt hij uit. Zijn vader slaat de sneeuw met zijn handen uit zijn gezicht en ziet dat Klaasje hard staat te lachen. Is zijn vader nu boos of kan hij wel tegen een grapje?
‘Lach jij maar, ik krijg je nog wel!’ en tegelijkertijd stormt zijn vader uit bed. Klaasje Klungel maakt zich uit de voeten en rent gillend de trap af. Zijn vader rent achter hem aan. Klaasje verstopt zich in de huiskamer achter het gordijn. Vader ziet hem niet. Met een lief stemmetje zegt hij: ‘Klaasje, kom dan, ik heb een koekje voor je.’ Daar trapt Klaasje natuurlijk niet in. Hij blijft stokstijf staan. ‘Klaaaaasje, ik heb een snoepje voor je.’ Klaasje reageert niet. Zijn vader zoekt ondertussen overal. Achter de stoelen, onder de tafel, achter de deur, in de gang en tussen de jassen. Hij kan Klaasje maar niet vinden. Dan heeft Klaasjes vader een idee. Hij maakt Klaasje aan het lachen! ‘Klaasje baasje, Klaasje baasje Sint Nicolaasje, waar ben je nou? Klaasje zit in een vaasje met een kaasje, Klaasje is het haasje, Klaasje poepedaasje …’ ‘Hahaha’, Klaasje kan het niet meer houden en moet nu echt lachen. ‘Aha, daar zit je dus!’
Vader komt met grote stappen op hem af. Hij plukt Klaasje zo van achter het gordijn en gooit hem over zijn schouder. ‘Hellluuppp, mama, red mij’, roept Klaasje  lachend. Bungelend over de schouder wordt Klaasje meegenomen naar de keuken. Wat gaat zijn vader doen? Toch niet onder de kraan? Nee veel erger, want de deur naar de tuin wordt opengedaan. Vader loopt zo in zijn pyjama, net als Klaasje Klungel, naar buiten.
Daar wordt Klaasje van de schouder afgegooid en belandt hij in een dik pak verse sneeuw. ‘Oehoe, dat is koud’, roept Klaasje. ‘Koud? Dit is pas koud!’ en zijn vader gooit nog een groot pak sneeuw over hem uit. Klaasje pakt de sneeuw en maakt er een bal van. Die gooit hij naar zijn vader die rustig wegloopt. ‘Hier, pak aan uilenbal’, roept Klaasje brutaal. De sneeuwbal raakt zijn vader precies achter in zijn nek. In n ruk draait zijn vader zich om en maakt ook een sneeuwbal. Klaasje staat gauw op. Vader gooit de bal recht op Klaasje af en mist… ‘Mispoes’, zegt Klaasje uitdagend. Vader pakt weer een sneeuwbal en Klaasje maakt er ook gauw n. Ze gooien tegelijkertijd naar elkaar. ‘Ahh mijn billen’, gilt Klaasje lachend. ‘Mijn neus’, roept zijn vader. En weer gooien ze een sneeuwbal heen en weer. Ze voeren een sneeuwballengevecht. Ze gooien wel tien ballen en dan zijn ze nog niet klaar. Allebei zijn ze koppig en willen niet als eerste stoppen.
‘Nu naar binnen jullie!’, roept de moeder van Klaasje streng. ‘Zijn jullie gek geworden? In een pyjama buiten sneeuwballen gooien? Jullie worden nog ziek!’ Klaasje en zijn vader zijn eigenlijk blij dat ze moeten ophouden. Ze lopen allebei de keuken weer in.
Binnen lijkt het veel warmer dan zojuist. ‘Au, mijn handen,’ roept Klaasje, ‘ze doen pijn.’ ‘Au mijn handen,’ roept vader, ’ze doen ook pijn van de kou.’ ‘Hier hebben jullie wat warms.’ De moeder van Klaasje zet twee warme koppen chocolademelk voor ze op tafel. Klaasje en vader warmen allebei hun handen aan de warme kop. ‘Zullen we straks een iglo maken?’ ‘Dat is toch een huis van eskimo’s?’, vraagt Klaasje. ‘Ja, dat klopt’, zegt vader. ‘Dat gaan we doen!’
Na het ontbijt gaan Catootje en Klaasje samen met hun vader en moeder aan de slag. Ze rollen grote ballen sneeuw en stapelen die in het rond als stenen op elkaar. Ze stapelen steeds een stukje meer naar binnen. Het is net vr het middageten als de muren elkaar boven hun hoofden raken. Het dak is gesloten. De iglo is net een ronde bal. Er is een kleine opening om naar binnen en buiten te gaan. Daar hangt mama een deken voor.
Als Klaasje, Catootje en vader in de iglo staan, komt moeder door de ingang. Ze heeft de grote picknickmand bij zich met allemaal lekkere dingen erin. ‘We gaan lunchen in de iglo!’, zegt de moeder van Klaasje. ‘Jaaaaaa’, roepen Klaasje en Catootje.
Allemaal zitten ze op een deken op de grond. Er zijn lekkere hapjes, blokjes kaas, pizzastukjes, kopjes soep en zelfs een stuk taart. Ook hebben ze twee kaarsjes aangestoken. Binnen in de iglo is het eigenlijk helemaal niet koud!
De hele dag spelen ze buiten en dan wordt het weer donker. Warm eten doen ze weer thuis in de keuken. Ze eten erwtensoep. Klaasje vond het een hele leuke dag.
Na het eten kijken ze allemaal nog n keer in de iglo en dan gaat Klaasje naar bed. Hij valt lekker in slaap. Die nacht droomt hij dat een echte eskimo de volgende ochtend uit hun iglo komt gekropen. ‘Ik heb heerlijk geslapen, maar het was wel een beetje warm’, zegt de eskimo.